iDEAL doet 71 procent van de online aankopen, en dat is precies waarom de andere 29 procent je aandacht vraagt
Nederlanders deden in 2025 samen 347 miljoen online aankopen, goed voor 35,7 miljard euro. Dat aantal aankopen bleef gelijk aan 2024, de bestedingen daalden met 1 procent. De cijfers komen uit onderzoek van NielsenIQ in opdracht van Thuiswinkel.org en Retail Insiders, in samenwerking met PostNL en de Betaalvereniging, gepubliceerd op 31 maart 2026.
Interessanter dan het totaal is hoe er betaald werd. iDEAL staat op 71 procent, een punt lager dan de 72 procent van het jaar ervoor. Creditcard zakte van 9 naar 8 procent. Klarna ging van 3 naar 4 procent. Dat zijn kleine verschuivingen, en juist daarom bruikbaar: ze laten zien dat de Nederlandse payment mix stabiel is en niet dat er niets gebeurt.
Wat die 71 procent wel en niet betekent
De verleiding bij zo’n cijfer is de conclusie dat iDEAL volstaat. Dat is een denkfout, om twee redenen.
De eerste is rekenkundig. Bijna drie op de tien aankopen gaan niet via iDEAL. Op een webshop met tienduizend bestellingen per jaar zijn dat er bijna drieduizend die langs een andere route binnenkomen. Let op wat het cijfer telt: aankopen, niet omzet. Wat die andere route voor je omzet betekent hangt af van de orderwaarde per methode, en die verschilt. De vraag is dus niet of dat deel groot genoeg is om aandacht te verdienen, maar welke methoden erin zitten en of jij die aanbiedt.
De tweede is dat een marktaandeel het gedrag beschrijft van shoppers die hebben gekocht. Wie afhaakte omdat zijn methode ontbrak, zit niet in de teller. Een landelijk aandeel van 71 procent zegt dus niets over jouw specifieke afhakers, en dat is precies de groep waar je iets aan kunt doen.
Daar komt bij dat het gemiddelde over de hele markt gaat. Bij een abonnementsmodel ligt het zwaartepunt bij de kaart, want daar zit de herhaalbetaling. Bij een jonge doelgroep weegt achteraf betalen zwaarder dan die vier procent van Klarna suggereert. Bij grensoverschrijdende verkoop verschuift alles. Het landelijke cijfer is een startpunt voor de vraag, niet het antwoord.
De groei zit over de grens, en dat werkt twee kanten op
Terwijl de binnenlandse markt vlak lag, groeide de aankoop bij buitenlandse verkopers: 44,8 miljoen aankopen, 9 procent meer dan in 2024, samen 4,5 miljard euro, 2 procent meer. Het aantal groeit dus harder dan het bedrag, wat betekent dat het om kleinere aankopen gaat.
De herkomst is eenzijdig. China is goed voor 31 procent van die grensoverschrijdende aankopen, de Verenigde Staten voor 9 procent en het Verenigd Koninkrijk voor 6 procent. Voor een Nederlandse webshop is dat vooral concurrentie-informatie, maar het werkt ook de andere kant op: als jij naar België of Duitsland verkoopt, is jouw payment mix daar even bepalend als iDEAL hier. Een Belgische shopper verwacht Bancontact, een Duitse verwacht iets anders dan een creditcardformulier.
Bijna de helft koopt inmiddels op de telefoon
Het cijfer dat het snelst beweegt gaat niet over betaalmethoden maar over het apparaat. De smartphone ging van 36 naar 41 procent van de online aankopen, vijf procentpunt in één jaar. Desktop en laptop zakten van 49 naar 45 procent.
Dat raakt je checkout harder dan een verschuiving tussen twee betaalmethoden. Een betaalkeuze die op een breed scherm als een nette rij oogt, wordt op een telefoon een lijst waar je doorheen moet scrollen. Elke methode die je toevoegt kost daar verticale ruimte, en de volgorde bepaalt wat mensen zien voordat ze afhaken. Op mobiel is het dus niet alleen een vraag van welke methoden je aanbiedt, maar ook van welke bovenaan staan en welke achter een keuze mogen verdwijnen.
Er zit ook een technische kant aan. Een wallet als Apple Pay of Google Pay werkt op mobiel wezenlijk anders dan op desktop, want daar zit de authenticatie al in het apparaat. Als bijna de helft van je aankopen van een telefoon komt en je biedt geen wallet aan, laat je een methode liggen die daar minder frictie geeft dan welke andere ook.
Hoeveel methoden hoor je aan te bieden
Hier is de data mager en dat is het eerlijk om te zeggen. Het meest geciteerde onderzoek naar wat Nederlandse webshops aanbieden is een verkenning van BOOM Marktverkenningen in opdracht van Currence onder 1.033 webshops, en die dateert uit 2018. Toen bood een webshop gemiddeld 3,7 betaalwijzen aan, bood 74 procent iDEAL en 46 procent creditcard, en had 20 procent maar één methode.
Die cijfers zijn acht jaar oud en je moet ze niet als de huidige stand lezen. Wat je er wel uit kunt halen is de spreiding, en die stond er gewoon in: 20 procent bood één methode aan, 35 procent twee of drie, 23 procent vier of vijf en 22 procent zes of meer. Die spreiding bestaat nog steeds. De vraag is aan welke kant jij hoort te zitten.
Meer is niet automatisch beter. Elke methode kost een integratie, een regel in je reconciliatie en een stukje ruimte in de checkout, en op mobiel is die ruimte schaars. De bruikbare vuistregel is niet een aantal maar een dekking: je aanbod is compleet zodra er geen substantiële groep in jouw klantenbestand overblijft die geen bekende methode ziet. Voor een binnenlandse webshop met een brede doelgroep zijn dat er in de praktijk een stuk of vier. Voor een niche met veel zakelijke klanten of veel grensverkeer ligt dat anders.
Wat je hiermee doet
Leg je eigen verdeling naast die 71, 8 en 4 procent. Wijkt jouw aandeel iDEAL sterk af, dan zegt dat iets over je doelgroep of over je checkout, en dat verschil is het onderzoeken waard. Kijk daarna naar je afhakers in plaats van naar je kopers: waar in de flow verdwijnen ze, en gebeurt dat op het scherm waar de methode gekozen wordt.
Doe die vergelijking per apparaat en niet alleen in totaal. Een payment mix die op desktop keurig aansluit kan op mobiel scheef staan, simpelweg omdat de volgorde en de ruimte daar anders uitpakken. Zolang je alleen het gemiddelde ziet, middelt het verschil zichzelf weg en blijft het onzichtbaar.
En houd de smartphone apart in je meting. Als je conversie op mobiel achterblijft bij desktop, is de kans groot dat het niet aan je methoden ligt maar aan hoe ze op dat scherm gepresenteerd worden. Dat is een goedkopere reparatie dan een nieuwe integratie, en met 41 procent van de aankopen raakt hij een groter deel van je bestellingen.
Bron: betaalvereniging.nl





